Boek over verzetsman Bernard Berndsen


<p>Links: Bernard Berndsen op zijn boerderij in de Middelwaard bij Loo, in het begin van de oorlog. Rechtsboven: het document waarmee Bernard in 1945 van Frankrijk naar Nederland reist. Rechtsonder: Wilma van den Brink bij Kamp Vught. (Foto Christian van der Ven)</p>

Links: Bernard Berndsen op zijn boerderij in de Middelwaard bij Loo, in het begin van de oorlog. Rechtsboven: het document waarmee Bernard in 1945 van Frankrijk naar Nederland reist. Rechtsonder: Wilma van den Brink bij Kamp Vught. (Foto Christian van der Ven)

Boek over verzetsman Bernard Berndsen

‘Ma femme et moi’, je zou het niet verwachten: een Franse titel voor een boek over verzetsman Bernard Berndsen uit Loo. Hij wordt in 1943 opgepakt door de Sicherheitsdienst. Het is het begin van een lange tocht langs Duitse gevangenissen en werk- en strafkampen, die hij ternauwernood overleeft en die hem uiteindelijk in Frankrijk brengt.

De auteur van ‘Ma femme et moi’ is Wilma van den Brink, historicus én kleindochter van Bernard. Ze heeft in de loop der jaren het nodige over haar opa gehoord, maar niet wat er precies is gebeurd in de oorlog. Als haar tante Annie in 2011 naar een verpleeghuis gaat, komt een briefwisseling tussen Bernard en zijn vrouw Aleida boven water.
“We wisten dat de brieven bestonden, maar tante Annie wilde ze niet delen. Ze vond ze te heftig. Sommige pagina’s heeft ze om die reden zelfs verscheurd”, vertelt Van den Brink.
De vondst maakt het voor Van den Brink mogelijk om het verhaal te reconstrueren van haar opa en ook van haar oma, die zich na de arrestatie van Bernard moest zien te redden met vier kleine kinderen. Ze duikt ook in archieven, leest boeken over de oorlog en spreekt met haar moeder en een andere tante, tante Agnes.

Beruchte Johnny de Droog
Als de oorlog uitbreekt, hebben Bernard en Aleida een boerderij in de Middelwaard bij Loo, vlakbij het pontje naar Huissen. Door dat pontje komt Bernard in aanraking met het verzet. Het is namelijk onderdeel van een vluchtroute van Franse militairen die na de capitulatie van hun land in 1940 in Duitsland tewerk zijn gesteld. Veerbaas Martens vraagt Bernard of de soldaten bij hem kunnen eten en uitrusten. De volgende dag worden ze dan overgezet en door de Huissense burgemeesterszoon Willem Helmich naar Elst gebracht.
Het gaat fout als Bernard in contact komt met de beruchte Johnny de Droog, een Arnhemse fietsenmaker die even in het verzet zit maar als snel overloopt naar de Duitse Sicherheitsdienst. Van den Brink: “De Droog heeft in de oorlog zeker driehonderd verzetsmensen en Joden aangegeven en daar flink aan verdiend. Hij is overleden in februari 1945, waardoor hij zich helaas niet heeft hoeven te verantwoorden voor zijn daden.”

‘Dan schiet ik je aan flarden’
In 1943 komt De Droog, net als veel andere Arnhemmers, voor melk en eieren naar de boerderij in de Middelwaard. Met zijn vlotte babbel weet hij Bernard in te palmen. In juli vraagt hij Bernard om hulp: er moet iemand naar Engeland, kan hij daarbij helpen? Bernard zegt ja en schakelt de student Wim Peters in om te tolken. Maar dan gaat het mis, want als De Droog met de ‘Engelandvaarder’ in de Middelwaard arriveert, wordt er al snel een pistool getrokken.
“Jullie maar werken voor dat dikke wijf in Londen”, zegt De Droog tegen Bernard. Wim Peters wordt gefouilleerd en krijgt te horen: “Als je je verzet, schiet ik je aan flarden.” De student blijft ongedeerd. Dat geldt niet voor Arnhemmer Wim Brants, die toevallig op de boerderij is om melk te halen. Als hij wil vluchten, moet hij dat bekopen met een kogel in zijn been. Aleida is niet thuis, de kinderen en huishoudster Dora wel.

Een jaar dwangarbeid
Bernard wordt met Wim Peters (en Wim Brants) afgevoerd naar de gevangenis in Arnhem, waar ze gezelschap krijgen van Willem Helmich. Het is het begin van een lange reis langs gevangenissen en werk- en strafkampen. In februari 1944 is de rechtszaak in Den Haag. Hoewel Aleida een advocaat heeft geregeld, krijgt Bernard als hoofdverdachte een jaar dwangarbeid, de anderen komen na aftrek van voorarrest meteen vrij.
Bij zijn bevrijding op 11 maart 1945 ontsnapt Bernard aan de dood. De bewakers van het tuchthuis in Cochem, waar hij dan verblijft, hebben opdracht de gevangenen mee te nemen of dood te schieten, maar als ze vluchten laten ze de gevangenen ongemoeid. Omdat Nederland nog bezet is, vertrekt Bernard naar Frankrijk, waar hij verblijft in hotels. In de briefwisseling tussen Bernard en Aleida zit ook de trouwfoto die Bernard bij zich had. Vandaar de tekst op de achterkant: ‘Ma femme et moi’. Na de oorlog zou Bernard een Frans erekruis krijgen, met een brief van president De Gaulle.

Nooit meer de oude
Nadat Nederland bevrijd is, keert Bernard terug in Loo. Maar hij wordt nooit meer de oude. “Hij moet vreselijke dingen hebben gezien en waarschijnlijk ook zelf hebben ondergaan. Wie het werk niet aankon, werd in elkaar geslagen, vluchtende gevangenen werden voor de neus van anderen doodgeschoten en ze moesten graven delven voor gevangenen die geëxecuteerd werden. Altijd was er de angst dat hij de volgende keer aan de beurt zou zijn. En dan heb ik het nog niet over de ondervoeding en ziektes”, vertelt Van den Brink. Ze woont tegenwoordig in Vught, op tien minuten lopen van Kamp Vught, waar haar opa in de oorlog enige tijd gedetineerd was.
Bernard kan na de oorlog geen zwaar werk meer doen. De boerderij wordt in 1963 verkocht, twee jaar na het overlijden van de zoon die de boerderij zou overnemen. Bernard en Aleida gaan in Loo wonen. Over de oorlog wordt niet meer gesproken. “Bij verjaardagen zei mijn oma tegen mijn opa: ‘Je gaat het niet over de oorlog hebben’. De houding in Nederland was dat terugkijken geen zin had. Nu zou je therapie krijgen, toen was er niets.”

Kemphanen
‘Ma femme et moi’ gaat ook over Aleida, de ‘femme’ in het boek. “Mijn oma moest het gezin en de boerderij draaiende houden. Ze kreeg hulp van Bernards broer Jan en huishoudster Dora, maar die konden het niet met elkaar vinden. Als Jan wil dat Dora vertrekt, worden de kemphanen door Bernard in een brief aan Aleida aangesproken: “Dag Jan, help ons uit den nood” en (voor Dora) “Blijft voor mamma een groote steun zoals u dat altijd bent geweest.”
Aleida overlijdt in 1969, Bernard in 1984. De moeder van Wilma van den Brink is inmiddels 80 jaar. “Voor mij een mooi moment om het verhaal af te ronden. Open eindjes zijn er zeker nog. Iedere keer dat je iemand spreekt, is er weer nieuwe informatie waarmee je verder kunt. De Tweede Wereldoorlog is een grote puzzel, waarin ieder stukje een verhaal vertelt. Ik hoop dat mijn boek anderen inspireert om op te zoek te gaan naar puzzelstukjes.”

‘Ma femme et moi’ is via iedere (online)boekhandel te bestellen. Het kost € 15,95.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden