Burgemeester Huub Hieltjes met Diny en Toon Berentsen
Burgemeester Huub Hieltjes met Diny en Toon Berentsen

Toon en Diny Berentsen 65 jaar getrouwd

Algemeen

LOO/DUIVEN – Aan de overkant van het water begon in de jaren vijftig tijdens de Gendtse kermis het liefdesverhaal van Toon (91) en Diny (87) Berentsen. Toon stond daar met zijn fiets te wachten. “Ik heb haar weggebracht naar de fietsenstalling”, weet hij nog. Gekust werd er toen niet, zo ging dat in die tijd. Maar Toon was verkocht. Hij wist meteen: zij wordt mijn vrouw. Inmiddels zijn ze 65 jaar getrouwd.

Door Susan Wiendels

Na zes jaar verkering trad het stel in het huwelijk: eerst voor de wet en negen maanden later, zoals gebruikelijk, voor de kerk. Ze gingen wonen in Loo, waar ze samen hun leven opbouwden.

Twee ambachten, één adres

Bijna dertig jaar lang, vanaf 1961, bestierden Toon en Diny Café-zalen Berentsen, een echt familiebedrijf dat anno 2026 bijna 130 jaar bestaat. Bij de familie Berentsen hoorden van oudsher twee ambachten op één adres: naast het café was er de timmerwerkplaats. Tal van authentieke huizen in Duiven en Loo zijn door de Berentsens gebouwd. Toch bleef de caféfunctie altijd gehandhaafd.
Na een lange dag in de bouw namen Toon en zijn voorvaderen ’s avonds hun plaats achter de tap in, tot een uur of tien. De volgende ochtend begon de werkdag immers weer vroeg.
Toon herinnert zich die periode nog goed. “Het was een soort dubbelleven.” Keihard werken was het credo. Tussen het werk door kreeg het stel vier kinderen: Wim, Edith, Wout en Tonny. Inmiddels zijn er zes kleinkinderen: Tom, Nick, Jelle, Femke, Frauke en Twan en één achterkleinkind: Janne.

Klusje

De kinderen hielpen volop mee in de zaak. Het horecaleven werd ze met de paplepel ingegoten. “Iedereen stak de handen uit de mouwen”, vertelt zoon Wim, “en later ook de aanhang.” Zoon Wout herinnert zich de grote bruiloften in het café, waarbij zijn moeder hulp kreeg van kooksters. “Er werd voor een paar honderd man gekookt. Dat begon al dagen van tevoren. Puddingen en voorgebraden vlees stonden in de kelder.” Na schooltijd was er altijd eerst een klusje te doen. Nog steeds ademt het overgrote deel van de familie horeca. Zoon Tonny is chef-kok bij de Kromme Dissel en dochter Edith is niet alleen bloemiste, maar werkt al 48 jaar mee bij Café-zalen Berentsen. Ook de kleinkinderen zijn met het virus besmet. Zo is Tom Lamers eigenaar en chef-kok van ‘t Raedthuys in Duiven.

Uiteindelijk namen zoon Wout en schoondochter Petra het bedrijf van Toon en Diny over en braken er rustiger tijden aan voor het stel. In 1985 kochten Toon en Diny het ouderlijk huis van Toons moeder aan de Zwanenwaaij in Babberich. Vier jaar lang knapte Toon de vervallen boerderij eigenhandig op. In 1989 gingen ze er wonen. Twintig jaar woonden ze op dit ‘mooiste plekje van Babberich’. Inmiddels wonen ze alweer bijna vijftien jaar aan de Rottumstraat in Duiven.

Poedertje en lippenstiftje

“We hebben altijd hard gewerkt en hebben qua gezondheid niets te klagen gehad,” zegt Diny. “Nu is het rustiger, dat vind ik soms lastig. Je lijf gaat achteruit, maar ach, met een poedertje en een lippenstiftje kom je er wel weer doorheen.”

Grootste geluk

Terugkijkend is Diny bovenal dankbaar, al kende haar leven een verdrietige start. Ze werd in 1938 geboren in Hilversum, maar werd al op vierjarige leeftijd wees en groeide op in Haalderen. “Ik heb mijn vader en moeder nooit gekend. Daarom wilde ik er altijd voor mijn kinderen zijn. Dat was mijn streven.” Dat dat is gelukt, noemt ze haar grootste geluk. “Als ik om me heen kijk, mag ik me gelukkig prijzen met mijn kinderen, kleinkinderen en hun aanhang. We zijn echt heel hecht.” Oudste zoon Wim beaamt dat: “Wij zijn er altijd voor elkaar. Dat is het belangrijkste in het leven.”

’ We zijn echt heel hecht’

Wat is het geheim van zo’n lang huwelijk? Het antwoord komt zonder omhaal. “Het is niet zo bijzonder hoor”, zegt Toon. “Gewoon doorgaan.” Diny vult aan: “En begrip hebben voor elkaar.”
Ze lacht erbij. “Je moet elkaar wel aan de praat houden. Hij is wat zwijgzamer.” Toon knikt. “Ik was overdag in de werkplaats en ’s avonds in het café. Ik zag de kinderen weinig. Diny zorgde daarvoor.”
Volgens zoon Wout was zijn vader er wel, maar altijd aan het werk. “In het café heeft hij veel incasseringsvermogen geleerd. Discussies gingen soms om één cent op een borrel.”
“Jullie hadden een duidelijke taakverdeling”, besluit Wim, “en jullie gaven elkaar de ruimte. Dat de basis.”