
Telefoon of mens zijn?
Het nieuws van vorige week bleef nog lang in mijn hoofd hangen: twee leerlingen van dezelfde middelbare school kwamen om het leven door zelfdoding. In plaats van hulp te bieden, hebben leeftijdsgenoten beelden gemaakt van de slachtoffers en deze zijn online gegaan.
En eerlijk? Het maakt me boos. Boos dat er mensen zijn die denken dat het een goed idee is om zo’n tragedie te filmen. Ik kan mij bijna niet voorstellen hoe het is voor nabestaanden om, niet alleen het verschrikkelijke nieuws te krijgen dat je kind, vriend of teamgenoot is overleden, maar dat daar ook beelden van zijn die het internet overgaan. En precies daar wringt iets groters. Dit gaat niet alleen over één gebeurtenis, maar het lijkt op een reflex die we met z’n allen hebben ontwikkeld: de telefoon eerst, het mens-zijn daarna. Het laat zien hoe diep dat apparaat in ons systeem zit. We filmen voordat we voelen, we delen voordat we denken en we reageren voordat we echt kijken.
Loop maar een keer op station of door een winkelstraat en kijk om je heen. Mensen die elkaar bijna omverlopen omdat hun duim sneller beweegt dan hun voeten. Een groepje tieners dat samen loopt, maar eigenlijk vooral individueel op hun scherm scrolt. Een fietser die met één hand stuurt en met de ander een TikTok-video kijkt, slingerend door het verkeer.
Wij zijn zo druk bezig met die telefoon, dat het soms lijkt alsof we amper écht aanwezig kunnen zijn. En ja, het is makkelijk om te zeggen dat we ‘nu eenmaal zo leven’ maar het drama in Rotterdam laat zien hoe eng die gedachte is.
Op dat moment is er altijd een keuze. Tussen kijken en ingrijpen. Tussen vastleggen en aanwezig zijn.
Tussen telefoon en mens zijn.
Lotte Oogjes