Afbeelding

Azijnzeiker

Genieten van een buitenfilm, een bandje op de achtergrond, lampjes in de bomen: precies zo’n setting waarvoor je normaal gesproken zonder morren €37,50 aftikt op een hip festival met een naam als Sunset Vibes Experience. Maar hier heet het gewoon BuitenBlik. Geen entree. Gratis. Noppes.
En toch voelt dat voor sommigen niet als een cadeau.

Want waar het gratis is, verschijnt steevast een zeldzame diersoort: de azijnzeiker. Je kent ze wel. Het glas is nooit halfvol, altijd halfleeg. Ze staan bij de bar, turen naar de prijslijst en zuchten alsof hun hele pensioen zojuist is verdampt. “Drie vijftig voor een drankje?” Terwijl ze een week eerder zonder met de ogen te knipperen € 6,80 afrekenden voor een cappuccino met havermelk op een terras.

En dan heb je de strategische genieters. Die komen niet met een kleedje, nee, die nemen een complete supermarktinventaris mee. Koeltassen met salades in bewaarbakken, wijnflessen, tapasplankjes waar de gemiddelde borrelzaak jaloers op zou zijn, stokbroden. Als het kon, namen ze ook hun eigen tap mee.

En het blijft niet bij BuitenBlik. Neem carnaval in Zevenaar, maandagochtend, frühshoppen. Mensen jagen er zonder blikken of blozen honderden euro’s doorheen. Maar vraag een tientje entree en ineens wordt het ingewikkeld. Tien euro. Dat zijn drie biertjes. En toch voelt dát als het breekpunt.

Terwijl niemand lijkt te kijken naar wat erachter zit. Sanitair. Beveiliging. EHBO. Afzettingen. Opruimen. Dingen die niet sexy zijn, maar wel nodig om te zorgen dat niet alles in een chaos eindigt. En ja, dat kost geld. Tienduizenden euro’s soms.

Over kosten gesproken: de beker. Ook daar hebben we inmiddels een mening over sinds in het kader van duurzaamheid het plastic in de ban is gedaan. Liefst een boze. Lever je ’m in, dan krijg je soms geld terug. Maar soms ook niet. En dan is het al snel ‘schandalig’ of ‘verdienmodel’. In werkelijkheid zit daar gewoon een systeem achter: inhuur van bekers, schoonmaak, personeel, innamepunten, logistiek, verwerking. Alles om ervoor te zorgen dat het terrein niet verandert in een afvalvlakte waar je tot je enkels in de plastic soep staat.
En daar staan ze weer: de eeuwige klagers, de galbakken met hun ongezouten mening. Bij de bar, bij de foodtruck, bij de uitgang, op social media. Ze zien alleen wat het hen kost.
Terwijl een paar meter verderop iemand kabels oprolt, een toilet schoonmaakt of nog snel een afvalcontainer staat te legen. Niet voor applaus. Gewoon omdat deze gouden vrijwilligers vinden dat zoiets moet bestaan.

Misschien moet er naast de bar gewoon een bord hangen: ‘Vanavond kost alles niets. Behalve een beetje fatsoen’. Voor niets gaat de zon op.


Susan Wiendels