
Olaf Albinus spreekt tijdens Indië-herdenking
AlgemeenDUIVEN – Jarenlang zweeg de vader van Olaf Albinus (67) over het Japanse kamp, de Bersiap-periode en het verlies van zijn geboortegrond in Nederlands-Indië. Pas in 2006 kwamen tijdens een wandeling de eerste verhalen naar boven. Nu vertelt Olaf zijn verhaal verder: over verlies, veerkracht en de sporen die oorlog achterlaat in volgende generaties. Tijdens de Indië-herdenking op 15 augustus is hij één van de sprekers.
Door Susan Wiendels
“Achter de grote geschiedenis zitten altijd persoonlijke verhalen. Verhalen van mensen die een oorlog hebben meegemaakt, hun huis en omgeving moesten achterlaten en opnieuw moesten beginnen.”
De familiegeschiedenis van Olaf ligt in voormalig Nederlands-Indië. Veel van die geschiedenis kende hij lange tijd vooral dankzij stiltes en korte antwoorden.
Zijn opa werkte als ingenieur bij de Nederlandse Spoorwegen in Semarang. Daar leidde de familie een normaal bestaan, totdat de Tweede Wereldoorlog daar abrupt een einde aan maakte. Na de Japanse bezetting en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd kwam zijn familie in een moeilijke periode terecht. Tijdens de Bersiap-periode werd de situatie steeds onveiliger. “De keuze was uiteindelijk: blijven of vertrekken. Maar blijven was geen echte optie. Mijn vader en zijn familie vertrokken naar Nederland en lieten alles achter.”
Volgens Olaf is het woord repatriëring niet passend voor de mensen die vanuit Nederlands-Indië naar Nederland kwamen. “Het klinkt alsof je teruggaat naar je eigen land. Maar voor veel Indische Nederlanders was Nederland helemaal geen thuisland. Het was een land dat zij vaak nog nooit hadden gezien. Ze moesten in een onbekende omgeving een nieuw bestaan opbouwen.”
Olaf vindt het belangrijk om de verschillende verhalen uit die periode van elkaar te onderscheiden. “De Indische en Molukse geschiedenis zijn met elkaar verbonden door de geschiedenis van Nederlands-Indië, de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen daarvan. Maar de verhalen zijn niet hetzelfde.”
Eenmaal in Nederland probeerden veel Indische gezinnen vooral vooruit te kijken. Werken, een gezin opbouwen en zich aanpassen aan de Nederlandse samenleving stonden centraal. “Onze familie heeft zich zich heel geruisloos aangepast. Dat was voor hen ook een manier om verder te kunnen.”
Bbinnen het gezin van Olaf werd weinig gesproken over de oorlog, het Japanse kamp, de Bersiap-periode en het verdriet van het achterlaten van huis en haard. “Als ik vragen stelde aan mijn vader, kreeg ik vaak een kort antwoord: ‘Sudah. Laat maar.’”
Nu hij terugkijkt, ziet hij de gevolgen. “Ik groeide op met waarden die achteraf heel Indisch blijken te zijn: bescheiden zijn, respect voor gezag, niet te veel op de voorgrond treden, hard werken en geen problemen naar buiten brengen. Mijn vader was iemand die doorging. Niet klagen, aanpakken. Pas later ben ik gaan begrijpen hoeveel hij met zich meedroeg.” Die stilte werkte ook door in het leven van Olaf zelf. “Mijn Indische vader en mijn Nederlandse moeder hebben allebei invloed gehad op wie ik ben geworden. En dat ik militair ben geworden, is ook geen toeval.” Hij glimlacht. “En het Indische deel heb ik, zonder dat ik het besefte, ook weer doorgegeven aan mijn kinderen.”
Pas in 2006 kreeg Olaf onverwacht de kans om meer te horen. Tijdens een wandeling met zijn vader kwamen de eerste verhalen. “Hij vertelde stukjes over het Japanse kamp waar hij samen met zijn moeder had gezeten.”
Voor Olaf werd toen zichtbaar hoeveel pijn er achter de stilte schuilging. Twee maanden later overleed zijn vader. “Wat hij ons niet meer heeft kunnen vertellen, probeer ik nu zelf beter te begrijpen. Veel weet ik nog steeds niet. Maar ik begrijp steeds beter wat zijn doorzettingsvermogen en veerkracht betekenden. Ondanks alles wat hij had meegemaakt, heeft hij zich met hart en ziel ingezet voor een goede toekomst voor zijn gezin.”
Olaf Albinus is blij dat de gemeente Duiven de herdenking organiseert.
“Het gaat over families, over generaties en over mensen die een deel van hun geschiedenis met zich meedragen. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om te luisteren naar wat mensen hebben meegemaakt. Iedereen draagt een eigen verhaal met zich mee.”
Hij ziet de herdenking in Duiven echt als een moment van verbinding. “We kijken terug naar wat er is gebeurd, maar we staan ook stil bij wat we in Nederland hebben: vrijheid en vrede.” Hij hoopt dat niet alleen mensen met een Indische of Molukse achtergrond de herdenking bezoeken. “Je hoeft geen Indische achtergrond te hebben om betrokken te zijn. “Geschiedenis is van ons allemaal. Veel mensen kennen deze verhalen nog niet, maar willen ze wel horen. Want als we stoppen met vertellen, verdwijnen ze.”
De Indië-herdenking begint op 15 augustus om 19.15 uur bij De Stek in Duiven. Tijdens de herdenking spreken onder anderen burgemeester Hieltjes en verschillende genodigden, onder wie Olaf Albinus. Na de taptoe door aanwezige veteranen volgen twee minuten stilte en het gezamenlijk neerleggen van kransen.